Euro Carp Group Nederland
Gorechtkade 3-3
9713 BB Groningen
T: 0031-(0)50-5797932
F: 0031-(0)50-3114559
E: info@eurocarpgroup.com
Naam: Martin Vlasveld
Water: Duylmeer
Vanaf: 2-4-2010
Tot: 5-4-2010
Vangsten: 5 schubkarpers van 13 tot 28 pond, bijvangst 5 brasems. Het weer was erg koud!
Opinie op tactiek en aas: Alleen op de diepste stekken een paar vissen gevangen, recht vooruit vanuit het huis gezien.
Opinie faciliteiten: Voldoende voor een karpervisser, voor familievakantie is het een beetje behelpen (warm water aftappen, douche boven etc.)
Opinie water: Prachtig meer met veel potentie, dat we toch nog een paar mooie karpers wisten te vangen zegt genoeg. Ook zitten er schitterende voorns en brasems voor de (wit)visser.
Zou u dit water aanbevelen? ja
Zou u de Euro Carp Group aanbevelen? ja
--------------------------------------------------------------
Zondagavond gearriveert ben ik opgevangen door de dochter van de heer van de Wetering. Het was een enigzins onweersachtige avond met weinig wind donkere wolken pakten zich samen maar het kwam toch gelukkig niet tot een werkelijk ontlading. Ik pakte mijn spullen uit bij de caravan zodat ik die avond toch al aan de slag kon gaan en liep om de karperput/afgraving heen. Het was een doorsnee andere zandafgraving dan de meeste vanwege de variatie aan groen zoals veel hoge rietkragen en de inhammen langs de oever. De bomenvariatie brengen ook vele beschutting met zich mee tegen de wind in het open veld van de polder en de rustige omgeving van het meer doordat het eigenlijk ligt in the middle of no were... Enigzins gespannen zette ik mijn hengels uit voordat de duisternis werkelijk zou invallen en zag wel "leven" in het meer van azende karpers of andere bodemvissen etc. De nacht is vrij rustig verlopen tot ik in de vroege ochtend om een uur of 6 het eerste leven aan een van mijn hengels voelde en een directe run kreeg. Aanslaan dus en zou dit dan mijn eerste worden in een reeks....? Over het geheel genomen en door mijn eerste ervaring hier aan het meer is het veel geduld en uren maken, de vissen die ik had gevangen varieerden tussen de 8 en als uitschieter een spiegel van 20,5 pond maar ik geloof wel degelijk dat er zwaardere zitten maar ja moet het water leren kennen. De vissen zijn sterk en geven het niet gauw op en het is voor herhaling vatbaar wat ik met de eurocarpgroup al had besproken.. By the way het is ook genieten van de rust, de natuur en verschillende vogels, Hierbij een paar foto's van mijn indruk en beleving... Pieter D.
De heer Doeve heeft 12 karpers gevangen en twee karpers verspeeld dat is niet slecht als je vreemd bent op een water!
Een sessie op het Duylmeer kan zeker wat leuks opbrengen!
Een mooie schubkarper
Een spiegelkarper die veel strijd gaf maar tenslotte vakkundig geland werdt door de heer Doeve
Nostalgisch penvissen gecombineerd met moderne tactische visserij.
Naast het grote legioen verstokte boilievissers is er waarschijnlijk slechts een kleine kern aan puriteinse karpervissers die enkel met de penhengel aan de slag gaan.
Dit zullen deels mensen zijn van de oude garde die alle facetten van het karpervissen al doorlopen hebben en terugverlangen naar het ouderwetse karperen met overal nog verlaten wateren. Tijden waarin je nog heerlijk kon dagdromen over mysterieuze monstervissen. Het penvissen was daarbij een van de belangrijkste methodes om ze aan de schubben te komen.
Via de ouderwetse manier van vissen met veelal verouderd nostalgisch materiaal hoopt deze oude garde iets van de vergane glorie te kunnen herbeleven.
De beperkingen die je jezelf met deze manier van vissen oplegt zijn immers van dien aard dat iedere vangst van een karper zeer bijzonder kan zijn. Je kunt immers niet even een moderne rig met een bonk lood naar die ene draaiende vis op 80 meter afstand smijten.
Met het penvissen gebeurt alles onder het kantje; ben je subtiel op jacht met weinig materiaal, zie je de vis azen onder je voeten, sluit je jezelf af voor de rest van de wereld.
Daarnaast zal er waarschijnlijk nog een deel karpervissers zijn die naast de gebruikelijke boiliehengels en bergen zeer effectief en onromantisch materiaal ook een penhengel en een struintasje meenemen. “Just in case” weet je, voor het geval de vis in de kant zit.
Daaronder kun je mij rekenen. Vanwege mijn fascinatie voor de karpervisserij uit de jaren 70 waarbij in Nederland alles nog ontdekt moest worden doe ik het penvissen graag met oud materiaal uit die periode.
Op internet is een levendige handel in oude visspulletjes. Het is ontzettend leuk om dit materiaal op te knappen, ermee te vissen en te ontdekken hoe de vissers vroeger hun visserij beleefden. Alleen al de diversiteit aan penhengels maakt deze ontdekkingsreis terug in de tijd erg interessant.
Wat mij daarbij heel duidelijk werd is dat je eigenlijk pas na het proberen van zoveel mogelijk verschillende type hengels kan bepalen welke nou eigenlijk het beste bij jou en bepaalde omstandigheden past.
De lichte testcurves van die oude zachte glasvezelpenhengels maken een dril erg bijzonder. Het fijne van penvissen is dan ook dat je het materiaal kunt aanpassen aan het te verwachten formaat karper en er op die manier optimaal plezier aan kunt beleven.
Bij het boilievissen wordt het materiaal immers meer aan de te werpen afstand en het loodgewicht aangepast.
Overigens ben je natuurlijk niet beperkt tot nostalgisch materiaal. Tegenwoordig zijn er ook prima nieuwe penhengels te verkrijgen.
Het drillen met een oude Hardy of Jack Hilton heeft echter iets speciaals. Je voelt het direct als je een dergelijke oude hengel beetpakt: het is alsof de energie van alle vangsten uit het verleden de hengel een sluimerende ziel heeft gegeven die erom smeekt om weer tot leven te mogen komen tijdens het magische moment van een nieuwe karperdril.
Het penvissen heeft dus zo zijn voor- en nadelen.
Je bent niet zo flexibel qua afstand. Een dril op een typische penstek onder je eigen voeten zorgt er vaak voor dat de andere aanwezige karpers snel zijn vertrokken en het gebruikte aas is meestal niet erg witvisbestendig. (Je kunt natuurlijk ook met boilies penvissen, maar op de een of andere manier staat mij dat wat tegen: ik vind het eigenlijk niet zo gepast)
Een ander groot nadeel is dat een karper er meestal weinig moeite mee heeft om je aas uit te spugen. Het systeem is niet zo scherp als een korte rig in combinatie met een bonk lood.
Voordelen zijn er natuurlijk ook. Een penvisser is doorgaans veel mobieler dan een boilievisser en je kunt veel meer stekken bevissen in een kortere periode.
Een prima manier is dan ook om bij aankomst een aantal stekken te bevoeren en deze dan een voor een af te vissen.
Ook kun je weer eens met dressuurdoorbrekende aassoorten als deeg en zachte partikels vissen.
Het lichte materiaal en de zachte hengels staan dit immers veel beter toe dan een grove boiliehengel.
Een ander niet onbelangrijk voordeel is de gedetailleerde stekkennis die je opdoet tijdens het vissen. Vooral dieptes en bodemverloop krijg je tijdens het penvissen snel in beeld. Deze kennis is dan weer uitstekend tijdens het boilievissen te gebruiken.
Type wateren.
Niet alle wateren zijn erg geschikt om te pennen. Grote zandafgravingen bijvoorbeeld hebben soms een ontzettend grillig bodemverloop. Een paar decimeter naar links of naar rechts en de ingestelde diepte blijkt niet meer te kloppen: moet je weer indraaien en de pen verzetten. Blijkt die weer te hoog te staan etc. Einde van het liedje: stek verstoord, karper verdwenen!
Op zulke wateren kun je prima struinen, maar dan wel met een boiliemontage en vast lood.
Modern struinen pleeg ik dat te noemen. Bijzonder effectief kan ik je verzekeren!
Niet zelden hebben dit soort wateren ook zo’n grote diepte dat penvissen simpelweg niet meer te doen is.
Voor het penvissen zijn wateren met kantdieptes tot ongeveer twee meter ideaal. Plekjes met overhangende bomen, nabij waterplanten, rietkragen en duikers e.d. zijn de bekende stekken om het te proberen. Let daarnaast op vertroebelingen die kunnen duiden op in de bodem wroetende vis en springende of rollende karpers.
Zoek indien mogelijk zeker de wind- en zonkant op van een water. Deze combinatie zorgt op die plekken niet zelden voor vis strak in de kant.
Een aantal fijne penwateren ben ik tegengekomen tijdens het testvissen voor de organisatie Back2Nature en Eurocarpgroup. De privé-wateren die via hen bevist kunnen worden zijn intiem en overzichtelijk en er worden slechts een klein aantal vissers tegelijkertijd toegelaten.
Het is dan ook ideaal voor vissers die niet alleen het vangen van een mooie karper belangrijk vinden maar ook willen genieten van een stuk natuur en rust om hen heen.
De wateren zijn verder enkel voorzien van hun natuurlijke bezetting, wat de pure beleving naar mijn idee wel ten goede komt.
Uiteraard zijn deze wateren ook prima met de boiliemethodes te bevissen, veel leuke momenten heb ik er echter ook beleefd tijdens het pennen.
Zo is er “The Countess of the Water” gelegen in Zeeuws Vlaanderen. De eerste ontmoeting met “The Countess” was meteen liefde op het eerste gezicht.
Zoals iedere karpervisser ben ik al jaren op zoek naar mijn eigen Redmire Pool en tijdens een mooie dag in juni meen ik het gevonden te hebben:
Ingesloten door een smalle strook bomen en struikgewas ligt verscholen een langgerekt watertje; een oude zandafgraving, ruig en mysterieus. Verwaarloosde bomen hangen over het water, hun wortels lijken hier en daar op een soort mangrovemoeras. Versmallingen, doorgangen en afgebroken takken in het water maken het een paradijs voor vis en visser.
De eigenaresse heeft lange tijd niet veel aan het water gedaan, wat een verademing is in een land waar elke scheve tak of schuinhangende boom onmiddellijk wordt verwijderd door overijverige mensen uit de groenvoorziening.
De eerste sessie op het water is spannend en ongewoon: voor het eerst in lange tijd heb ik geen flauw idee wat er precies aan karper rondzwemt en kan ik weer dromen van onvangbare monsterkarpers.
Een groot voordeel van dit soort betaalwateren is het feit dat je volkomen privé zit. Je kunt je tent opzetten en al je spullen klaarleggen en er daarna lekker met een penhengel rondstruinen zonder dat je bang hoeft te zijn dat je materiaal ondertussen gepikt wordt.
Vanwege het warme zonnige weer zoek ik voor mijn overnachtingsplek een stek op een klein landtongetje lekker in de schaduw. Hoewel er behalve tegen de zon eigenlijk totaal geen noodzaak toe is, zit ik volkomen beschut en val ik helemaal weg tussen de begroeiing.
Direct bij aankomst had ik al flink wat stekken aangevoerd met een combinatie van geweekt en gekookt duivenvoer en grondvoer uit een pakje. De ballen die je hiervan kunt kneden zijn makkelijk te werpen.
Ik heb geen haast, er is geen druk van andere vissers; mijn aangevoerde stekken kunnen niet door iemand anders worden bevist. Toch ben ik wat nerveus. De vis laat duidelijk van zich horen en springt overal volop.
Ik bevoer de stek bij mijn overnachtingsplek met boilies. Om selectief te zijn kies ik voor 20mm vismeelboilies. Met van spanning toch wat trillende vingers tuig ik mijn 1,5lb Jack Hilton op in combinatie met een zwart abu 40 molentje. Ik pak een oud gedeukt plastic pennetje welke ik al zo’n 15 jaar in gebruik heb en daardoor voor mij een bijzonder dobbertje is geworden.
Met een schoudertasje en een schepnet ga ik op pad en terwijl ik mij voorzichtig langs de waterkant tussen de bomen en struiken begeef waan ik mij al gauw een soort Chris Yates op zoek naar de pot met goud.
Ik zie volop vis zwemmen en azen op een van mijn bevoerde stekken aan het begin van het water. Ik beaas mijn haak met blikmaïs en het duurt niet lang voor de pen schuin wegzakt.
In de diepte zie ik staartvinnen waaieren en na de aanslag schiet een karper er met volle vaart vandoor. De slip van de abu 40 treedt knarrend in werking. Wat een bijzonder geluid zit er toch in die molens!
In harde runs wil de vis steeds richting takken aan de overkant van het watertje. Instinctief weet hij dat het daar veilig is. Gelukkig weet ik hem steeds op tijd te stoppen, de hengel buigt daarbij door tot het uiterste. Wat een kracht hebben de vissen hier!
Ik heb sterk het vermoeden dat vissen die weinig of nooit gehaakt zijn harder vechten dan vissen die regelmatig op de kant liggen. Uiteraard speelt in die kwestie een goede waterkwaliteit en de hoeveelheid beschikbaar zuurstof in het water ook mee.
De vis ligt in het net en weegt een pond of 7; geen kanjer, maar wat een kracht!
Meestal is de andere vis na zo’n dril wel van de stek verdwenen, maar deze keer niet. Ik vang er nog 5. De zwaarste, een langgerekte verwilderde schub van een pond of 12 vergt daarbij het uiterste van het materiaal.
Na een tijdje blijkt de vis verdwenen, ik voer nog wat ballen lokvoer en met een opgewekt gevoel ga ik verder op jacht in een ander stuk van het water.
Helemaal aan de andere kant van het water bij het einde van een begroeid landtongetje springen regelmatig mooie vissen en ik probeer het hier nog even. Voorzichtig baan ik mij een weg door de bramenstruiken. Het water blijkt hier een stuk dieper, ik zie ook geen vis zwemmen. De dobber verdwijnt echter onmiddellijk! Hier zitten ze dus ook en omdat ik hier erg dichtbij een stel in het water gegroeide bomen zit, is de dril wederom zeer spectaculair.
Ook hier weet ik een aantal vissen te vangen tot een pond of 12 en temidden van een groene oase geniet ik enorm van deze mooie momenten.
Na een tijdje valt het stil en besluit ik langzaam richting basisstek te gaan, wat te eten en alles een beetje in orde te maken voor de avond en nacht.
Ook hier zit inmiddels karper en zo te zien een slag groter dan de vissen die ik met de pen heb gevangen! De 20mm boilies vallen dus goed in de smaak.
Met mijn polaroid zonnebril zie ik een groepje vissen in de categorie 15-20 pond rondcirkelen bij de voerplek. Deze keer gaat er een boilierig die richting op. Slechts 1 hengel, meer is niet nodig. Ik heb tijd zat, er is geen concurrentie. Binnen 10 minuten vertrekt deze en land ik een mooie oud uitziende rijenkarper van een pond of 16.
Na nog een tweetal mooie vissen is ook hier de koek weer op. Het is goed zo. Volledig tevreden leun ik achterover. Wat een geweldige dag en wat een fantastisch water!
Ik besluit mezelf een goede nachtrust te gunnen en niet meer door te vissen tot morgen. Ik voer alle stekken nog een keer goed aan en laat het voer zijn werk doen tot morgenvroeg.
Het water is in ieder geval rijkelijk voorzien van obstakels en het is niet ondenkbaar dat de vis zich na een aanbeet al vast gezwommen heeft voordat ik uit mijn slaapzak ben gekropen.
Het lijkt me dan beter de vis bezig te houden tot in de ochtend en ze met daglicht opnieuw te belagen. Dat deze tactiek zeer effectief is blijkt de volgende ochtend, wanneer de hengels er maar 5 minuten in lagen, kan ik opnieuw een mooie schub landen.
De rest van de dagen blijf ik het penvissen afwisselen met boilievissen. De verschillende stekken krijgen tussendoor voldoende rust en er hangen niet constant strakke lijnen door het water. De aanbeten volgen dan ook meestal direct na het ingooien.
Deze gecombineerde manier van pen- en boilievissen heb ik later met succes ook op andere wateren toegepast en geeft mij veel plezier en afwisseling.
Geen monstervissen dus in dit water of …toch?
Tijdens een volgende sessie voor een dagje neem ik een vismaat mee en gezien de goede resultaten de vorige keer pakken we het op dezelfde manier aan.
Eerst worden verschillende penstekken en een boiliestek aangevoerd. Het weer is wat minder mooi en de vis is niet zo los als de vorige keer. Toch zien we een mooie dikke vis draaien bij een penstek. Na verloop van tijd weet ik hier dan ook een vis van een pond of 14 te landen.
Hierna is het langzaam tijd voor de boiliestek. De hengels worden ingelegd en gezellig praten we een beetje na over de voorgaande uurtjes.
Er volgt een keiharde run op mijn hengel en snel maak ik contact: er is echter geen houden aan. De vis is volledig op snelheid en niet meer te stoppen. Onder de overhangende boom die zijn takken eveneens in het water heeft hangen explodeert het wateroppervlak op een zeer indrukwekkende manier. Het is alsof iemand een grote stoeptegel in het water heeft gegooid. Golven slaan tegen de kant. Mijn lijn vertrekt precies vanuit het middelpunt van al dit tumult. Ik voel hoe de vis met zijn kop schud en mijn onderlijn met behulp van zijn gewicht en kracht op zeer overtuigende wijze aan gort trekt… Een monster!
Dat het combineren van pen- en boilievissen zo zijn voordelen kan hebben bleek ook uit een sessie op ‘het Duylmeer’; opnieuw een juweeltje uit het assortiment wateren van Back2Nature en Eurocarpgroup.
De zon schijnt, maar de wind die er staat maakt het toch wat fris. Typisch maart bedenk ik me. De vooruitzichten zijn goed. Het kan haast niet missen of we gaan goed vangen.
Samen met een vismaat sta ik aan de waterkant en neem in volle teugen alles in me op.
De bomen zijn nog kaal en het riet is nog dor en droog. Het geheel is echter als een schilderachtig klein paradijsje en we verheugen ons op de komende dagen.
Tijdens een eerste sessie in januari had ik in korte tijd 9 vissen van 12 tot 22pond. De grootste was een oud uitziende en getekende spiegel; een echte karaktervis.
We weten dus wat we ongeveer kunnen verwachten. Ik voorspel dan ook enthousiast een aantal vissen voordat de eerste middag voorbij is. Na het ingooien tikken de uren echter langzaam voorbij en op de plekken die in januari zoveel vis opleverden gebeurt helemaal niets. Rond een uur of 4 word ik onrustig; het duurt allemaal te lang. Zou de vis al extreem ondiep zitten, zonnebadend en scharrelend op slechts 50 cm water?
Ik draai mijn boiliehengels in, tuig mijn penhengel op en ga op pad. Ik zoek een plekje waar de zon en de wind in staat. De wind is immers niet extreem koud.
Al na tien minuten verdwijnt de pen, een grote brasem kondigt zich al spartelend aan. Niet echt een partij voor mijn penhengel. Het blijft niet bij die ene. Na een stuk of 5 brasems hou ik het voor gezien. De maïs is hier niet echt selectief en het gespartel van de brasems is nou niet echt bevorderlijk voor de rust op de stek.
Het wordt wat fris nu en mijn rug wordt wat stijf van het verscholen zitten tussen het riet. Boilievissen is wat dat betreft toch een stuk comfortabeler en zeker in de koudere maanden veel langer vol te houden.
Ik vertel over mijn brasemvangsten aan mijn vismaat Peter en hij maakt me er op attent dat ik me er met licht materiaal prima mee had kunnen vermaken. Hij heeft gelijk, soms ben ik te geobsedeerd met karper om het voor de hand liggende te zien.
Had ik nu mijn Fair Play vlokhengel maar bij me, of mijn ultralichte match-hengel!
De plek waar ik de brasems ving was precies aan het begin van een ondiep gedeelte. Met de pen was dat heel snel te zien. Misschien kwam de karper evenals de brasem al op het ondiepe en moest ik er maar eens een boilierig neerleggen.
Zo gezegd zo gedaan en in plaats van een met maïs voorzien haakje lag er nu een supermoderne 10cm stiff D-rig op deze plek.
Om een lang verhaal kort te maken: de visserij was deze keer ondanks de redelijk goede omstandigheden tamelijk taai, maar van de 7 vissen die we gezamenlijk hadden kwamen er 5, waaronder de zwaarste, van dat ene plekje.
Naast het vissen op onbekende wateren waarbij de grootte van een karper niet op de eerste plaats komt mag ik graag vissen op druk beviste wateren met een gekende populatie.
De concurrentie van andere vissers en de mate van dressuur maken de moeilijkheidsgraad een stuk hoger dan op onbekende wateren. Het proberen te bereiken van een continuïteit in je vangsten is al een uitdaging op zich.
De druk om te vangen op dit soort circuitwateren kan daarom groot zijn. Veel tijd om te experimenteren is er niet; vang jij die vis niet dan doet een ander dat wel voor je.
Helaas moet ik dan ook toegeven dat ik hier veelal enkel met boiliemethodes vis. In de jacht naar de grote vissen is het haast niet meer te verantwoorden om een vis te verspelen omdat je in een moment van dromerigheid iets te laat aansloeg op dat ondergaande pennetje. Een star stuk lood op de bodem faalt wat dat betreft zelden en met twee of drie hengels heb je meer kans dan met een penhengel.
Pas wanneer je een water voor jezelf of met een paar vrienden hebt komt wat mij betreft de essentie van het vissen weer terug.
Dat ik juist in een dergelijke ontspannen sfeer graag eens naar een vismethode grijp die wat minder effectief kan zijn, is dan misschien wat beter te verklaren. Het is als een soort balansdag in een doorgaans jachtige strijd op zoek naar de zwaarste en meest indrukwekkende karper. Uit bovenstaande anekdotes blijkt echter wel dat je zeker ook als moderne boilievisser zo je voordelen uit het penvissen kunt halen.
Reyer Bergsma
De zachte winter van 2007 was ideaal voor de karpervisserij. Ik vond het dan ook erg leuk dat ik juist in deze periode benaderd werd om te testvissen op het Duylmeer nabij Almkerk.
Een ideaal winterwater heeft in mijn ogen een royale karperstand en moet niet al te diep zijn zodat de watertemperatuur en daarmee de visactiviteit snel reageert op korte periodes van weersverbeteringen. Juist in deze periodes kun je namelijk goed vangen!
Wat betreft de karperstand zat het waarschijnlijk wel goed. Volgens de eigenaar zit er volop karper. Het Duylmeer is een zandafgraving en hier en daar behoorlijk diep. Het weer was echter al lange tijd zacht, dus ik hoopte dat de watertemperatuur toch relatief hoog en de vis redelijk actief zou zijn.
Bij aankomst in januari valt mij als eerste de mooie ligging van het water op. Omzoomt door bomen en riet is het zelfs nu al te omschrijven als een klein paradijsje voor de natuurliefhebbende visser. Wat zal het water er in het voorjaar mooi bijstaan!
Ook het omliggende landschap is mooi: een afwisselende mengeling van akkers en bomen, waardoor de omgeving een natuurlijk en open karakter heeft.
Veel zandafgravingen liggen dichtbij snelwegen e.d. waar het zand voor is gebruikt. Het Duylmeer echter ligt niet dichtbij grote wegen waardoor je weinig auto’s en lawaai hoort en echt het gevoel krijgt dat je afgezonderd bent van de maatschappij.
Bij de rondwandeling met de eigenaar van het water krijg ik dan ook al vrij snel dat prettige gevoel van onthaasting over mij heen.
De eigenaar heeft een mooi buitenhuisje laten bouwen met alle comfort en voorzieningen waar ik gebruik van mag maken en de verleiding is dan ook te groot om niet in de buurt van het huisje mijn kamp op te zetten. De kruiwagen die ik mee heb genomen blijkt daarbij van grote waarde. Het pad is namelijk erg slecht geworden door de overvloedige regenval en de auto kan niet tot aan het huis gereden worden.
Na enige tijd bekruipt mij toch dat gevoel dat ik niet op de juiste stek zit voor de huidige omstandigheden (veel bewolking en wind, zachte temperatuur). Mijn stek bevindt zich in de luwte.
Ik besluit dan ook het huisje te laten voor wat het is en mijn bivvie opnieuw op te zetten bij de duiker op het dijkje. Ik kan dan zowel de rietkraag aan de overkant bevissen waar de wind opstaat als de eigen kant voor het duikertje.
Dat betekende dat ik niet ging overnachten in het huisje, maar gewoon in de bivvie. En eigenlijk vond ik dat wel prima zo. Voor een optimale beleving van mijn visserij slaap ik het liefst in mijn tentje!
Het blijkt een goede keus, want al gauw vertrekt de hengel die in het kantje ligt en waar ik wat blikmais en gebroken boilies had gevoerd. Vanwege de ruim aanwezige brasemstand had ik ook voor een boilie als haakaas gekozen.
Na een leuke dril ligt het eerste exemplaar in mijn net. Altijd weer een ontlading wanneer je de eerste vis op een nieuw water vangt! De stek en gekozen tactiek blijkt juist en ook de overkant levert die nacht regelmatig een vis op. De overkant had ik enkel spaarzaam met wat 20mm boilies bevoerd. Een tiental per hengel. Na iedere vis voer ik er een stuk of 5 bij.
Die nacht breken de wolken open en wordt ik getrakteerd op een mooie heldere sterrenhemel.
Het koelt snel af, maar dit blijkt geen effect op de activiteit van de vissen te hebben. Een voordeel van wat dieper water is immers dat het ook minder snel afkoelt!
De daaropvolgende dag is het dan ook schitterend weer en kan ik heerlijk van de zon genieten.
De buitentemperatuur neemt weer snel toe en de overkant waar de wind en nu ook de zon op staat blijft vis opleveren. De hengel in de kant valt in de middag stil, waarschijnlijk door alle activiteit van mij aan de waterkant (drillen, fotograferen, terugzetten etc.).
Het geeft allemaal niets want ik blijf met prettige regelmaat vis vangen aan de overkant.
Bij het opruimen de volgende middag kan ik terugkijken op een mooie wintervangst van 9 karpers variërend van 6 tot 11kg. Tussen de schubs zaten twee karakteristieke spiegels.
Verder viel mij op dat de vissen er mooi afwisselend uitzagen. Een gegeven wat ik altijd erg op prijs stel bij een karperbestand. Niets is immers zo saai als een bestand met karpers die allen eender zien alsof ze uit dezelfde mal komen!
Deze keer mijn vismaat meegenomen; een beginnende boilievisser en zeer goede allround visser. Het Duylmeer leek me ideaal om hem eens kennis te laten maken met de boilievisserij.
Mijn vismaat vist het liefst met een pennetje op karper en het Duylmeer leek mij hier tevens ideaal voor. Strak in de kant zijn genoeg plekken te vinden met dieptes rond de 11\2 meter die perfect zijn om met de pen af te vissen en niet zo ondiep zijn dat bij de minst geringste beweging alle vissen zijn verstoord.
Doorgaans is het weer in maart echter nog niet zo goed dat je urenlang comfortabel kunt penvissen. Verder is de visactiviteit in deze maand doorgaans nog wat traag waardoor de karper soms wat moeilijker te lokaliseren is. Ook azen de vissen meestal nog in korte periodes waardoor de boilievisserij vaak effectiever en beter vol te houden is. We besluiten echter beiden om ook wat penhengels mee te nemen, je weet maar nooit!
Verder zijn de hengels net als vorige keer lekker licht gehouden om optimaal van de dril te kunnen genieten. Hier zijn immers geen afstandskanonnen nodig!
We besluiten om direct de kant te pakken waar de zon en wind op staat. Mijn maat neemt de knusse stek bij de caravan waar je heerlijk beschut kunt zitten en ik pak een stek een eindje verderop. De weersvooruitzichten zijn redelijk: nu is het nog zonnig maar een beetje kil, morgen regen en overmorgen zon en langzaam stijgende temperaturen.
Maart is altijd een beetje een rottige vismaand vind ik. Bij zon en een kille wind zijn de vissen regelmatig ook in de luwte te vinden. Verder is er in deze maand ergens die omslag waarbij de vangsten ineens van (extreem) ondiep gaan komen.
Veel variabelen dus deze maand. Omdat de wind niet echt koud is kiezen we toch voor de windkant. Ik kies voor een diepte van een meter of drie; ongeveer dezelfde diepte als toen in januari.
Ik verwacht vanwege het mooie weer en het goede resultaat de vorige keer eigenlijk direct vis. Het duurt echter allemaal wat lang en langzaam maar zeker gaat de eerste middag voorbij.
Tegen een uur of vier word ik onrustig en zet de draadloze sounderbox aan bij mijn boiliehengels en ga even verderop met een penhengel aan de slag.
Daar ik niet tegen obstakels vis acht ik dat wel verantwoord.
Met blikmais vang ik al gauw de ene brasem na de ander op een diepte van 1,5 meter. Uiteraard geven deze vissen niet veel verweer op mijn karperhengel, maar mijn allround(!) vismaat maakt mij er terecht op attent dat je hier uitstekend met een match-hengel op brasem kunt vissen. Soms staar ik mijzelf te blind op 1 vissoort bedenk ik me!
De vangst van de ene brasem na de andere is nou niet echt bevorderend voor de rust op je stek. Ik besluit dan ook de penhengel weer weg te leggen. De vis zit blijkbaar wel al ondieper dan ik in eerste instantie dacht en ik leg 1 hengel met een 20mm boilie precies op de plek waar ik al die brasems ving. Een tiental boilies maken de karperval compleet.
Dit blijkt de juiste beslissing want ‘s avond ligt de eerste karper in het net. De schub is met 10,8 kg meteen een mooie! In tegenstelling tot enkele vissen met relatief enorm grote koppen is dit weer een vis met een wat normaler postuur. Waarschijnlijk is het bestand een mengeling van enkele (zeer) oude vissen en hun jongere nakomelingen.
Het kan dan ook best mogelijk zijn dat er nog grotere zwemmen. Het leuke van dit soort wateren is dat niemand eigenlijk nog precies weet wat er in zit. En juist dat gegeven is behoorlijk spannend!
Op de stek bij de caravan staat een vuurkorf en met de koude de volgende avond besluiten we er gebruik van te maken. Uiteraard levert dat de nodige hilariteit op met het aansteken van het zeiknatte hout. Uiteindelijk lukt het ons en hebben we die windstille avond een gezellig en warm vuurtje waardoor we het buiten goed uit kunnen houden.
De volgende dag ruimen we op. De sessie is weer behoorlijk geslaagd. Na een drietal dagen hebben we 7 vissen, met nog enkele mooie exemplaren rond de 9 kilo erbij. Het ging allemaal wel wat trager dan de sessie in januari en het water blijkt niet zo gemakkelijk als ik in eerste instantie dacht.
Het is deze keer dan ook slechts voornamelijk die ene ondiepe hengel op een hoekje in de wind en in de zon die vis oplevert! Terugkijkend waren in januari veel meer plekken productief.
Maar zoals ik al zei: maart kan soms lastig zijn!
R.Bergsma
© Euro Carp Group B.V.
T: 0031-(0)50-5797932
F: 0031-(0)50-3114559
E: info@eurocarpgroup.com
Karperwater Hengelo heeft vele grote karpers in haar......
Two Island lake heeft wederom .....
Een monster sessie op Lake Heritage
De grote jongens komen er uit op Chateau Moulin
Loison is helemaal los dit jaar!