De natuur...
De natuur is oppermachtig, onoverwinnelijk,
de wind laat de bomen eerbiedig buigen, de grassprieten bedekken
de nog kale plekken op het groene tapijt. Het zo even gladde
water gaat over in een eeuwige gevaarlijke stromende massa,
de woeste kolkende massa brengt golven met dikke schuimkoppen
klotsend aan mijn voeten, alles buigt naar een richting.
Een onbehaaglijk gevoel bekruipt mij, ze hebben gelijk! De
leefdrempels houden voor ons op bij de oever.
Alles in de natuur om me heen beweegt, is niet bang voor wat
er komen gaat.
De bomen staan naakt in `t open veld, met de rug gekeerd naar
de storm, regen en sneeuwbuien, door de jaren heen zijn ze
gehard. In de zomer prijken ze fier hun lange groene armen
uit, blijk dat ze er zijn en groeien elk jaar, om elke keer
maar weer dichter bij de zon te kunnen komen, alsof ze de
aarde willen ontschieten. Nu stormt het en onder de zware
last buigen ze gedwee naar de aarde toe alsof ze gestraft
worden.
Dit alles heeft absoluut een nuttige functie, want om in de
natuur te overleven moet men buigen.
Deze schoonheid om me heen is een eindeloze verrassing en boeit mij in ongelooflijke mate. Ik dacht nog, jammer dat ontheiliging en vervuiling steeds meer plaatsvindt en als een realist aanvaard ik dan ook eventuele latere ontwikkelingen, hetzij met moeite.
Laten
we nog even genieten van de mooie wereld om ons heen, want
de schoonheid gaat voorbij voordat je hem kent en je kunt
niet genieten van de vreugde als je ook niet het verdriet
kent.
Wat zijn wij toch bevoorrecht om onze sport te kunnen uitoefenen
in zoiets heerlijks, vissen in een stukje natuur dat je zo
vertrouwd is geraakt.
Vriendelijke
karpergroeten,
Cor Heyman (ECG)
